tanktas

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

tanktas
Uitspraak
Woordafbreking
  • tank·tas
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord tanktas tanktassen
verkleinwoord tanktasje tanktasjes

Zelfstandig naamwoord

tanktas v/m

  1. een tas die met behulp van riemen of magneten op de tank van een motorfiets gemonteerd wordt
     Guus verplaatst zich op een motor van het merk Triumph Trophy 900, kleur donkerrood, kenteken MY-21-DB voorzien van twee zijkoffers in de kleur van de motor. Bovendien gebruikt Guus een tanktas met daarop een grote fietsbel bevestigd.[1]
     Een 55-jarige Hagenaar werd woensdagmorgen, om tien voor 10 op heterdaad betrapt toen hij uit een motortas een paar handschoenen en twee halsdoeken wegnam. De motor stond geparkeerd op de Rietveltstraat toen een getuige omstreeks tien voor 10 zag dat de Hagenaar in de tanktas stond te voelen.[2]
Hyperoniemen

Gangbaarheid

43 % van de Nederlanders;
36 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink Weblink bron “Motoragent Guus vermist” (19 apr. 2013), De Telegraaf
  2. Bronlink Weblink bron “Man steelt uit motortas” (18-06-2009), Reformatorisch Dagblad
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be