taaleis

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • taal·eis
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord taaleis taaleisen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

taaleis m

  1. voorwaarde die betrekking heeft op het gebied van de taalvaardigheid
    • Per 1 januari 2016 is de Wet taaleis Participatiewet in werking getreden. Alle gemeenten moeten voor 1 juli van dit jaar in kaart hebben of bijstandsgerechtigden voldoen aan de taaleis; de Nederlandse taal verstaan, spreken, lezen en schrijven op het niveau van groep 8 van de basisschool. [1] 
    • Mensen moeten goed Nederlands kunnen spreken als ze bijstand willen hebben. Per 1 januari 2016 moeten ze kunnen spreken, lezen en schrijven op het niveau van iemand die acht jaar basisonderwijs heeft gehad. De taaleis wordt ingevoerd omdat bijstandsgerechtigden daarmee hun kans op werk kunnen vergroten. Er zijn landelijk geldende regels voor gemaakt. [2] 
    • Almelo wijst erop dat de Participatiewet, waar de taaleis onderdeel van uitmaakt, een brede arbeids- en re-integratieverplichting heeft. ‘Gezien het belang van de beheersing van de Nederlandse taal voor arbeidsinschakeling is ervoor gekozen om de Participatiewet uit te breiden met een taaleis’, stelt de gemeente. [3] 

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders;
87 % van de Vlamingen.

Verwijzingen