stroper

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stro·per
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord stroper stropers
verkleinwoord stropertje stropertjes

Zelfstandig naamwoord

stroper m

  1. een jager of visser zonder akte of vergunning
Hyponiemen
Gangbaarheid
100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie