stremming

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • strem·ming
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord stremming stremmingen
verkleinwoord stremminkje stremminkjes

Zelfstandig naamwoord

stremming v

  1. een onderbreking in de normale stroom van het verkeer
    • De stremming op het spoor tussen Lelystad en Almere Oostvaarders is veroorzaakt door een breuk in een spoorstaaf. 
  2. het neerslaan van opgeloste eiwitten door coagulatie
    • Caseïne wordt gemaakt van afgeroomde melk door zuurneerslag of stremming met melkzuurbacteriën. 

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders;
75 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be