streek aan

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • streek aan
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
aanstrijken

streek aan

  1. enkelvoud verleden tijd van aanstrijken
    • Ik streek aan. 
    • Jij streek aan. 
    • Hij, zij, het streek aan. 


Gangbaarheid