strandweer

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

strandweer
Uitspraak
Woordafbreking
  • strand·weer
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord strandweer
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

strandweer o

  1. warm, zonnig zomerweer zonder al te veel wind dat geschikt is om aan het strand te verblijven
    • Als we even voor Star Casino mogen pleiten: in de nieuwe badpakken-campagne is er wel een verband tussen het casino en de dameskledij. Het casino geeft namelijk reizen naar Miami weg en zoals u weet is het daar vaak strandweer.[1] 
    • Eindelijk strandweer. Op de eerste officiële zomerse dag in vijf weken trekken veel mensen richting de kust. De ANWB rept over éen monsterfile'waardoor het verkeer richting de grote badplaatsen sinds het einde van de ochtend flink vastloopt. Ook op andere plaatsen in het land staat het vast.[2] 
Synoniemen

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. de Standaard 24/MEI/2017 door bbd
  2. Tubantia Judie Jaspers 23-AUGUSTUS-2017