straatmuzikant

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

de oude straatmuzikant
Uitspraak
Woordafbreking
  • straat·mu·zi·kant
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord straatmuzikant straatmuzikanten
verkleinwoord straatmuzikantje straatmuzikantjes

Zelfstandig naamwoord

straatmuzikant m [1]

  1. muzikant die in de openbare ruimte optreedt
    • Toen zijn vader hem aan een rondreizende Turk dreigde te verkopen, vluchtte hij via Oostenrijk en Hongarije naar Nederland, waar hij eerst straatmuzikant en vervolgens bedelaar werd. [2] 
    • Blacky Boo kwam uit een achtergestelde wijk in Juárez. Ze had zich over de grens naar de Verenigde Staten gewerkt, had jaren geleefd van schoonmaken en bijklussen als straatmuzikant. In een van de restaurants waar ze schoonmaakte, mocht ze ook zingen. [3] 
    • We spitsen onze oren. In surround horen we auto’s van links naar rechts zoeven, talen die we niet kunnen definiëren en een straatmuzikant die ‘Knocking on heaven’s door’ kweelt. De stad is nooit stil, in de donkere kamer van onze hersenpan slaat onze verbeelding op hol.[4] 
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen

Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Casteren, Joris van Mensen op Mars [2016] ISBN 9789044628722 pagina 123
  3. Trujillo, Carolina De zangbreker [2015] ISBN 978-90-214-4599-1 pagina 272
  4. de Standaard 7 OKTOBER 2017