stormfok

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • storm·fok
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord stormfok stormfokken
verkleinwoord stormfokje stormfokjes

Zelfstandig naamwoord

stormfok v / m

  1. (scheepvaart) kleine fok die bij storm wordt gevoerd
Synoniemen

Gangbaarheid

68 % van de Nederlanders;
39 % van de Vlamingen.

Meer informatie