stollen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stol·len
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
stollen
stolde
gestold
zwak -d volledig

Werkwoord

stollen

  1. (ergatief) overgaan van een vloeibare naar een vaste toestand
    Als lava eenmaal uit de vulkaan gestuwd is, stolt het.
Afgeleide begrippen
Vertalingen


Noors

Woordafbreking
  • stol·len
Naar frequentie zeldzaam

Zelfstandig naamwoord

stollen, m

  1. bepaalde vorm nominatief enkelvoud van stoll


Nynorsk

Woordafbreking
  • stol·len

Zelfstandig naamwoord

stollen, m

  1. bepaalde vorm nominatief enkelvoud van stoll