stoer

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stoer
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen stoer stoerder stoerst
verbogen stoere stoerdere stoerste
partitief stoers stoerders -

Bijvoeglijk naamwoord

stoer

  1. indruk makend
    • Hij heeft een stoere zonnebril gekocht. 
  2. indruk maken door sterk te zijn of sterk proberen te zijn
    • Die stoere kerels hebben eigenlijk maar een klein hartje. 
    • De minister sloeg stoere taal uit. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie