stikken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stik·ken
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘smoren’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1477 [1]
  • In de betekenis van ‘naaien’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1366 [2]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
stikken
stikte
gestikt
zwak -t volledig

Werkwoord

stikken

  1. ergatief om het leven komen door zuurstofgebrek in de hersenen
    • Hij is gestikt doordat die ruimte vol met koolzuurgas gestroomd is. 
  2. overgankelijk een stuk stof middels een aantal vrij losse steken op zijn plaats houden
    • Ik heb de zoom even gestikt, zodat hij nu goed genaaid kan worden. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen