stemspleet

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stem·spleet
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord stemspleet stemspleten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

stemspleet v/m

  1. deel van de stembanden waar door resonantie het geluid gevormd wordt
    • Door de operatie aan het strottenhoofd was de stemspleet geraakt waardoor hij zijn stem verloren is. 
Hyperoniemen

Gangbaarheid

50 % van de Nederlanders;
79 % van de Vlamingen.

Meer informatie