startvak

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • start·vak
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord startvak startvakken
verkleinwoord startvakje startvakjes

Zelfstandig naamwoord

startvak o

  1. afgegrensde ruimte waar de sporters bij de start staan
    • Drieduizend mensen in één startvak, vieze dixies, bandjes langs de kant van de weg en sponzen en neveldouches voor de laatste meters... Redacteur Hanna Gillissen maakte het allemaal mee tijdens de 10 Engelse mijl van het grootste hardloopevenement van Nederland; de Dam tot Damloop.[1] 
    • Toen ik even na twaalf uur in het startvak stond, hoorde je vaak mensen praten over Rotterdam of Enschede. Allemaal Marathonlopers die vandaag meestal liepen in een lange tight en een t-shirt met lange mouwen.[2] 

Gangbaarheid

Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.

97 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. de Telegraaf HANNA GILLISSEN 06 jan. 2016 Hanna loopt de Dam tot Dam
  2. Tubantia Roel Lutkenhaus 08-03-09 Blog: Kastelenloop Vorden