spookhuis

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Het spookhuis bij Hertme
Uitspraak
Woordafbreking
  • spook·huis
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord spookhuis spookhuizen
verkleinwoord spookhuisje spookhuisjes

Zelfstandig naamwoord

spookhuis o [1]

  1. een kermisattractie waarbij je met een wagentje door een constructie rijdt waarbij je steeds enge dingen tegen komt waarvan je zou kunnen schrikken.
    • Het meisje werd door de jongen liefdevol beschermd tijdens de rit door het spookhuis. 
  2. een huis waarin het zou spoken
    • In Engeland zijn er veel spookhuizen in het meer nuchtere Nederland voelen spoken zich minder thuis en zijn er dan ook veel minder van dit soort betoverde gebouwen. 
Hyperoniemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen