sponde

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • spon·de
Woordherkomst en -opbouw
  • Van het Latijnse sponda
enkelvoud meervoud
naamwoord sponde sponden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

sponde v/m

  1. bed
    Toen zijn vrouw 's morgens wakker werd en haar man niet naast haar trof in de echtelijke sponde waarschuwde zij de politie.