spiegelwoord

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • spie·gel·woord
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord spiegelwoord spiegelwoorden
verkleinwoord spiegelwoordje spiegelwoordjes

Zelfstandig naamwoord

spiegelwoord o

  1. woord waarvan de letters in omgekeerde volgorde hetzelfde woord vormen
     In een spiegelwoord is de eerste helft van het woord vrij, maar de tweede helft moet gelijk zijn aan het omgedraaide van de eerste helft.[1]
Synoniemen

Gangbaarheid

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 1 april 2020 Weblink bron Battus (ps. Hugo Brandt Corstius) “Nijlleedkoortsmeetsysteemstrookdeellijn” (24 februari 2001) op nrc.nl