spaarwezen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • spaar·we·zen
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord spaarwezen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

spaarwezen o

  1. het totale aandeel van spaarders die op een bepaalde manier hun geld besteden

Gangbaarheid