spaarbrander

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • spaar·bran·der
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord spaarbrander spaarbranders
verkleinwoord spaarbrandertje spaarbrandertjes

Zelfstandig naamwoord

spaarbrander m [1]

  1. gasbrander met een kleine vlam en gering gasgebruik
    • Laat met de deksel erop vier of vijf uur op een petroleumstel staan. Voeg de groente toe, zet de vlam iets hoger. Laat in nog 10 of 20 minuten beetgaar worden. Kan ook in de oven of op de spaarbrander. [2] 
  2. (figuurlijk) het iets op een lagere stand zetten
    • Het is de provincie Fryslân en zijn gemeentes in de (lampe)bol geslagen. Het besluit om de openbare verlichting vroeger in de avond op de spaarbrander te zetten, is een ondoordachte beslissing, genomen van achter de rekenmachine, zonder te kijken wat de effecten hiervan zijn. [3] 
Vertalingen

Gangbaarheid

89 % van de Nederlanders;
85 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Het Parool 31 DECEMBER 2011 Thuiseten: Stoofschotel
  3. De Telegraaf MARGO STOLS 08 nov. 2012 Licht uit in Friesland