somnoloog
Uiterlijk
- som·no·loog
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | somnoloog | somnologen |
| verkleinwoord |
de somnoloog m
- (medisch) slaapgeneeskundige, titel die een arts krijgt na het behalen van het somnologie examen van European Sleep Research Society.
- De somnologen hebben nog geen oplossing gevonden voor het probleem van slapeloosheid waar veel mensen last van hebben
- Het woord 'somnoloog' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.