somnoloog

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • som·no·loog
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord somnoloog somnologen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

somnoloog m

  1. (medisch) slaapgeneeskundige, titel die een arts krijgt na het behalen van het somnologie examen van European Sleep Research Society.
    • De somnologen hebben nog geen oplossing gevonden voor het probleem van slapeloosheid waar veel mensen last van hebben 

Gangbaarheid