slaapgeneeskundige
Uiterlijk
- slaap·ge·nees·kun·di·ge
- samenstelling van slaap en geneeskundige
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | slaapgeneeskundige | slaapgeneeskundigen |
| verkleinwoord |
de slaapgeneeskundige m
- (medisch) arts gespecialiseerd in de somnologie, de slaapgeneeskunde
- Er zijn in Nederland maar een paar slaapgeneeskundigen terwijl er veel mensen zijn met slaapstoornissen.
- Het woord 'slaapgeneeskundige' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.