snood

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • snood
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen snood snoder snoodst
verbogen snode snodere snoodste
partitief snoods snoders -

Bijvoeglijk naamwoord

snood

  1. misdadig, gemeen, boosaardig, schurkachtig
    De crimineel had snode plannen.

Gangbaarheid

60 % van de Nederlanders
61 % van de Vlamingen.