snoepwinkel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

snoepwinkel gespecialiseerd in chocola
Uitspraak
Woordafbreking
  • snoep·win·kel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord snoepwinkel snoepwinkels
verkleinwoord snoepwinkeltje snoepwinkeltjes

Zelfstandig naamwoord

snoepwinkel m [1]

  1. winkel voor suikerwaren en ander snoepgoed
    • Jamin was is bekende keten van snoepwinkels in Nederland. 
Synoniemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen