snipper

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • snip·per
enkelvoud meervoud
naamwoord snipper snippers
verkleinwoord snippertje snippertjes

Zelfstandig naamwoord

snipper m

  1. een klein, plat stukje van betrekkelijk zacht materiaal als papier en hout
    Ik heb dat briefje verscheurd en de snippers uit het raam gegooid, je zult er geen snipper van terugvinden.
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
snipperen

snipper

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van snipperen
    Ik snipper.
  2. gebiedende wijs van snipperen
    Snipper!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van snipperen
    Snipper je?