smeris

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sme·ris
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord smeris smerissen
verkleinwoord smerisje smerisjes

Zelfstandig naamwoord

smeris v/m

  1. (Jiddisch-Hebreeuws) (beroep) politieagent
    • Hou je stil, dadelijk krijgen we de smerissen op ons dak! 
Uitdrukkingen en gezegden
  • Wat honinɡ voor een beer is, is koffie voor een smeris

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands