smeris

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sme·ris
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord smeris smerissen
verkleinwoord smerisje smerisjes

Zelfstandig naamwoord

smeris v/m

  1. (Jiddisch-Hebreeuws) (beroep) politieagent
    Hou je stil, dadelijk krijgen we de smerissen op ons dak!
Uitdrukkingen en gezegden
  • Wat honinɡ voor een beer is, is koffie voor een smeris
Verwijzingen


Meer informatie