slipsteek

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

slipsteek
Uitspraak
Woordafbreking
  • slip·steek
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord slipsteek slipsteken
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

slipsteek m [1]

  1. een knoop die makkelijk kan worden losgetrokken
Synoniemen

Gangbaarheid

53 % van de Nederlanders;
62 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen