sinas

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • si·nas
enkelvoud meervoud
naamwoord sinas
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

sinas m

  1. (drinken) gele of oranje frisdrank met sinaasappelsmaak die vaak koolzuur bevat
    • Tijdens het eten dronk ik een glaasje sinas. 

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
40 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be