silicaat
Uiterlijk
- si·li·caat
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | silicaat | silicaten |
| verkleinwoord | - | - |
het silicaat o
- (scheikunde) een zout of ester van kiezelzuur
- Het woord silicaat staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "silicaat" herkend door:
| 65 % | van de Nederlanders; |
| 64 % | van de Vlamingen.[2] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be