shag

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • shag
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘sigarettentabak’ voor het eerst aangetroffen in 1900 [1] [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord shag -
verkleinwoord shagje shagjes

Zelfstandig naamwoord

shag m

  1. fijn gekorven tabak voor sigaretten en om zelf sigaretten te rollen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
63 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen