schoolgebouw

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • school·ge·bouw
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord schoolgebouw schoolgebouwen
verkleinwoord schoolgebouwtje schoolgebouwtjes

Zelfstandig naamwoord

schoolgebouw o

  1. (onderwijs) gebouw waarin het onderwijs gegeven wordt

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie