schofterig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schof·te·rig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen schofterig schofteriger schofterigst
verbogen schofterige schofterigere schofterigste
partitief schofterigs schofterigers -

Bijvoeglijk naamwoord

schofterig

  1. onaangenaam brutaal en gemeen
    • De schofterige man gaf de kleine hond een harde trap. 
Synoniemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.