scatologie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sca·to·lo·gie
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord scatologie
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

scatologie v

  1. de studie van de ontlasting
  2. (eufemisme) ruwe opmerkingen en geschriften, en grappen over "plas en poep."
     Wij leren onze kinderen al honderdduizenden jaren discreet om te gaan met zaken het achterwerk betreffende. Dat is ook precies de oorzaak dat er zoveel poep- en piesgrappen in omloop zijn en dat liefhebbers van scatologie een soort geheime sekte vormen.[1]
     In 2006 verscheen dan ook het boek Kakafonie. Komri's encyclopedie van de stront. In dit boek zijn de beste, mooiste en meest humoristische teksten samengebracht op het gebied van de scatalogie. Een verzameling van scatologische teksten, gedichten, lijsten, kwinkslagen en literair-wetenschappelijke verhandelingen uit alle tijden en alle talen. Komrij noemde het zelf: de idyllen van de achterpoort.[2]
Vertalingen

Gangbaarheid

36 % van de Nederlanders;
57 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink Weblink bron Geert Poorthuis “RTL4 van onderbuik naar anus” (05/02/2013), HP de Tijd
  2. Bronlink Weblink bron “Komrij's passie voor stront” (27-11-2012), NOS
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be