samenvoeging

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sa·men·voe·ging
Woordherkomst en -opbouw

Naamwoord van handeling van samenvoegen met het achtervoegsel -ing

enkelvoud meervoud
naamwoord samenvoeging samenvoegingen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

samenvoeging v

  1. het samenvoegen
     Normaal gesproken was dat geen enkel probleem geweest, ze gebruikten een eenvoudige en beproefde techniek met platen en bouten voor de samenvoeging.[1]
  2. plaats waar of manier waarop twee of meer zaken zijn samengevoegd

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Jan Guillou (vert. Bart Kraamer) “Kop in het zand” (2015), Uitgeverij Prometheus, ISBN 9789044628142
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be