saffie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • saf·fie
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘sigaret’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1937 [1]
  • afkorting van saffiaantje
enkelvoud meervoud
naamwoord saffie saffies
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

saffie o [2]

  1. sigaret, met papier omhuld staafje tabak
    • ,,Ik wil mensen inspireren om de sigaret te laten liggen, zegt Gijs, die zelf drie jaar geleden stopte met roken nadat hij 32 jaar lang geregeld een saffie pakte. ,,Ik gun het mensen zo om te stoppen met roken. [3] 
    • Ozon is dan ook niet de enige mensaap die van een saffie houdt. In 2012, zo meldden Indonesische media, raakte een andere orang-oetan verslaafd aan nicotine door het oprapen van brandende peuken. Het dier moest zelfs afkicken van zijn tabaksverslaving. [4] 
    • Toch steekt een beetje rocker wel eens een saffie op. ‘Het rookverbod geldt al jaren in concertzalen', zegt Kurt Overbergh van de Ancienne Belgique. ‘De enige plek waar artiesten kunnen roken, is in hun loge, omdat die als privéruimte wordt beschouwd. [5] 
    • Behalve de farmacologische verslaving aan de nicotine, is er het Pavlov-effect: bij een kopje koffie hoort een sigaret. Hond uitlaten? Sigaretje erbij. Feestje? Sigaret. Stressmoment: saffie. Dat maakt het moeilijk ermee op te houden. Ook voor gelegenheidsrokers: wie enkel rookt op feestjes, is verslaafd aan dat moment. En we weten nu dat ook “weekendrokers” gemiddeld vijf jaar minder lang leven.’ [6] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

69 % van de Nederlanders;
65 % van de Vlamingen.

Verwijzingen