sabberen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sab·be·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
sabberen
sabberde
gesabberd
zwak -d volledig

Werkwoord

sabberen

  1. knoeien of kliederen
    • Laat hem maar even een sabberen. 
Schrijfwijzen

Gangbaarheid

23 % van de Nederlanders;
61 % van de Vlamingen.