rumoerig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ru·moe·rig
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van rumoer met het achtervoegsel -ig
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen rumoerig rumoeriger rumoerigst
verbogen rumoerige rumoerigere rumoerigste
partitief rumoerigs rumoerigers -

Bijvoeglijk naamwoord

rumoerig

  1. lawaaierig en chaotisch
    • De leraar die geen orde kon houden, had een heel rumoerige klas. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
97 % van de Vlamingen.

Verwijzingen