ruling

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ru·ling
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord ruling rulings
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

ruling v / m

  1. afspraak van een belastingdienst met een bepaalde belastingplichtige die vooraf zekerheid geeft over de toepassing van de belastingregels
    • Er wordt voortaan scherper gekeken naar het doel van de aanvraag van de ruling. Als het motief alleen is om Nederlandse óf buitenlandse belasting te besparen, wordt geen ruling meer afgegeven. [1]
    • De ruling (een afspraak over fiscale vrijstelling met de Belastingdienst) kostte de schatkist ruim zeven miljard euro, bleek vorige week uit een publicatie in Trouw (…). [2]
Synoniemen
Hyperoniemen
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

19 % van de Nederlanders;
32 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Engels

Uitspraak

Werkwoord

ruling

  1. onvoltooid deelwoord van rule

Zelfstandig naamwoord

ruling

  1. gerundium van rule

Bijvoeglijk naamwoord

ruling

  1. heersend

Zelfstandig naamwoord

ruling

  1. bevel of bindende uitspraak van een autoriteit