rossig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ros·sig
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van rosé met het achtervoegsel -ig
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen rossig rossiger rossigst
verbogen rossige rossigere rossigste
partitief rossigs rossigers -

Bijvoeglijk naamwoord

rossig

  1. roodachtig, met een rode gloed
    • Aan mensen met rossig haar worden bijzondere eigenschappen toegedicht. 
    • Eén ding is zeker: rossig haar is betrekkelijk zeldzaam en dat wordt het steeds meer, zo wordt ons voorspeld. 
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
96 % van de Vlamingen.