rijdt
Uiterlijk
- Geluid: rijdt (hulp, bestand)
- IPA: / rɛit / (1 lettergreep)
- (Noord-Nederland): /rɛɪ̯t/
- (Vlaanderen, Brabant): /rɛːt/
- (Limburg): /rɛɪ̯d/
- rijdt
| vervoeging van |
|---|
| rijden |
rijdt
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van rijden
- Jij rijdt.
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van rijden
- Hij rijdt.
- (verouderd) gebiedende wijs meervoud van rijden
- Rijdt!
- ▸ Het ordelijke verkeer rijdt er door ordentelijke staten, voetgangers steken niet over bij rood licht en gebeurt dat wel, dan wordt er niet geclaxonneerd.[1]
- ▸ En dan aan de linkerkant een auto die de bus passeert, door rood rijdt en Malcolm schept midden op het zebrapad.[2]
- ▸ ' 'U rijdt anders zelf nog steeds naar Malaga.[3]
- Het woord rijdt staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- ↑ Daan Bronkhorst“Kierkegaard” (2020), Athenaeum - Polak & Van Gennep
, ISBN 9789025313562 - ↑ Tatiana Rosnay“Kwetsbaar” (2010), Artemis & co, ISBN 9789047201625
- ↑ Jessie Burton vert. Marja Borg“De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024574704
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 5
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 1 lettergreep in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Verouderd in het Nederlands
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- WikiWoordenboek:Pagina's die ISBN magische koppelingen gebruiken
- Woordenlijst Nederlandse Taal