Naar inhoud springen

rijdt

Uit WikiWoordenboek
  • rijdt
vervoeging van
rijden

rijdt

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van rijden
    • Jij rijdt. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van rijden
    • Hij rijdt. 
  3. (verouderd) gebiedende wijs meervoud van rijden
    • Rijdt! 
     Het ordelijke verkeer rijdt er door ordentelijke staten, voetgangers steken niet over bij rood licht en gebeurt dat wel, dan wordt er niet geclaxonneerd.[1]
     En dan aan de linkerkant een auto die de bus passeert, door rood rijdt en Malcolm schept midden op het zebrapad.[2]
     ' 'U rijdt anders zelf nog steeds naar Malaga.[3]
  1. Daan Bronkhorst
    “Kierkegaard” (2020), Athenaeum - Polak & Van Gennep op Wikipedia, ISBN 9789025313562
  2. Tatiana Rosnay
    “Kwetsbaar” (2010), Artemis & co, ISBN 9789047201625
  3. Jessie Burton vert. Marja Borg
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704