riddertijd

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rid·der·tijd
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord riddertijd riddertijden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

riddertijd m

  1. De ridderttijd was in Europa van het jaar 500 tot het jaar 1000.

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.