ribosoom

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ri·bo·soom
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord ribosoom ribosomen
verkleinwoord ribosoompje ribosoompjes

Zelfstandig naamwoord

ribosoom o

  1. (biologie) het molecuulcomplex dat eiwitten synthetiseert
    • De ribosomen zitten vaak vast aan het endoplasmatisch reticulum. 
Vertalingen

Gangbaarheid

40 % van de Nederlanders;
52 % van de Vlamingen.

Meer informatie