retort

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Retort

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·tort
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘distilleerkolf’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1595 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord retort retorten
verkleinwoord retortje retortjes

Zelfstandig naamwoord

retort o

  1. (scheikunde) een verouderd toestel voor het destilleren bestaande uit een vat met een neergebogen tuit
    • In plaats van een retort wordt nu meestal een uit meerdere lose delen bestaande destilleeropstelling gebruikt. 
Vertalingen

Gangbaarheid

32 % van de Nederlanders;
18 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen