respectloosheid
Uiterlijk
- res·pect·loos·heid
- afgeleid van respectloos met het achtervoegsel -heid
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | respectloosheid | respectloosheden |
| verkleinwoord |
de respectloosheid v
- het respectloos zijn
- De respectloosheid voor de vijand wordt door het oorlogsrecht aan banden gelegd.
- Het woord respectloosheid staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.