regenachtig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·gen·ach·tig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen regenachtig regenachtiger regenachtigst
verbogen regenachtige regenachtigere regenachtigste
partitief regenachtigs regenachtigers -

Bijvoeglijk naamwoord

regenachtig

  1. regelmatig regenend of neigend naar regen
    • Vandaag wordt het een regenachtige dag. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.