recenter

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·cen·ter

Bijvoeglijk naamwoord

recenter

  1. onverbogen vorm van de vergrotende trap van recent

Gangbaarheid

90 % van de Nederlanders;
92 % van de Vlamingen.