rauw

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rauw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen rauw rauwer rauwst
verbogen rauwe rauwere rauwste
partitief rauws rauwers -

Bijvoeglijk naamwoord

rauw

  1. ongekookt en vers
    Een stamppot met rauwe andijvie.
  2. niet gehinderd door beschaafde terughoudendheid
    Dat zijn een stel rauwe klanten.
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie