pui

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Een kerkpui in Assenede


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pui
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord pui puien
verkleinwoord puitje puitjes

Zelfstandig naamwoord

pui; v/m

  1. (bouwkunde) voorgevel, met name van de begane grond van een huis

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders
67 % van de Vlamingen.

Meer informatie