provinciaals

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pro·vin·ci·aals
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen provinciaals provinciaalser provinciaalst
verbogen provinciaalse provinciaalsere provinciaalste
partitief provinciaals provinciaalsers -

Bijvoeglijk naamwoord

provinciaals

  1. met , volgens opvattingen van stedelingen, plattelandseigenschappen: achterlijk, bekrompen, beetje boers

Bijvoeglijk naamwoord

provinciaals

  1. partitief van de stellende trap van provinciaal
    • Dat is iets provinciaals... 

Gangbaarheid