presbyter
Uiterlijk
- pres·by·ter
- Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘priester’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1535 [1] [2][3]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | presbyter | presbyters |
| verkleinwoord | - | - |
de presbyter m
- (religie) (beroep) priester (in de oude christelijke gemeenten)
- (religie) ouderling in de presbyteriaanse kerk
- Het woord presbyter staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "presbyter" herkend door:
| 38 % | van de Nederlanders; |
| 39 % | van de Vlamingen.[4] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ "presbyter" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ presbyter op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 9
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- WikiWoordenboek:Pagina's die ISBN magische koppelingen gebruiken
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Religie in het Nederlands
- Beroep in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 38 %
- Prevalentie Vlaanderen 39 %