poteling
Uiterlijk
- po·te·ling
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | poteling | potelingen |
| verkleinwoord |
de poteling m
- sterke, zwaargebouwde man
- Het woord poteling staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "poteling" herkend door:
| 55 % | van de Nederlanders; |
| 53 % | van de Vlamingen.[2] |
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be