potig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • po·tig
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘gespierd’ voor het eerst aangetroffen in 1802 [1]
  • Afleiding van poot met het achtervoegsel -ig.
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen potig potiger potigst
verbogen potige potigere potigste
partitief potigs potigers -

Bijvoeglijk naamwoord

potig

  1. stevig uit de kluiten gewassen, weerbaar, ruig
    • Met die potige kerel kun je beter maar uitkijken. 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.

Verwijzingen